Home arrow Doelgroep arrow Ervaring Boban (32)

Boban (32)

Boban merkt dat de activiteiten helpen om hem af te leiden van zijn sombere gedachten.

Boban is 32 jaar en komt uit Kosovo, voormalig Joegoslavië. Sinds 1992 woont hij in Nederland. Hij is naar Centrum voor Transculturele Psychiatrie De Evenaar verwezen met onder andere spanningsklachten en slapeloosheid. 

In 1992 is hij, samen met zijn moeder en broertje, gevlucht naar Nederland. Zijn vader is vermoord. Dat weten ze sinds 3 jaar zeker, tot die tijd was hij vermist. Voordat ze konden vluchten, hebben ze een tijdlang weinig eten en drinken gehad en steeds op een andere plek gewoond. Ook hebben ze schokkende dingen gezien. Boban en zijn moeder en broertje hebben een verblijfsstatus sinds 1996. Hij is naar school geweest om Nederlands te leren en heeft een tijdje gewerkt in een restaurant, maar is daar sinds 2,5 jaar mee gestopt vanwege zijn klachten.

Wat is er aan de hand?

Boban heeft problemen met slapen. Hij heeft ongeveer twee keer per week een nachtmerrie, is snel geïrriteerd en boos, voelt zich somber en slaapt soms overdag. Hij denkt nog veel aan zijn vader en is boos over wat er gebeurd is. Boban vindt zijn klachten vervelend, hij zou ‘gewoon’ willen zijn net als anderen. Thuis wordt er niet veel over gesproken. Hij weet wel dat zijn moeder ook nachtmerries heeft; ze wordt soms schreeuwend wakker. Zijn jongere broertje is begonnen met een opleiding en lijkt minder last te hebben van klachten. Boban schaamt zich eigenlijk voor zijn nachtmerries. Hij zegt: “Ik ben nu de oudste man in huis en verantwoordelijk voor mijn moeder en jongere broer”.

De behandeling

Na een bezoek aan de huisarts wordt hij doorverwezen naar De Evenaar. Hier heeft hij een gesprek met een behandelaar en een cultureel antropoloog. Boban krijgt psychotraumabehandeling. Ook doet hij elke week mee met de PMT (Psycho Motorische Therapie)-groep, waarbij de activiteiten bestaan uit een combinatie van sport- en ontspanningsoefeningen.

Samen met zijn behandelaar kijkt Boban naar wat de oorzaak is van zijn klachten. Hij oefent met een normaal dag- en nachtritme. Boban is er aan toe om over zijn verdriet te vertellen. Ook kijkt hij samen met zijn behandelaar naar welke activiteiten hij kon gaan doen. Hij bouwt dit nu langzaam op. Ook kijken ze samen naar zijn boosheid; wat speelt daarbij een rol? Hoe kan hij het eerder voelen aankomen, zodat hij geen dingen zegt of doet waar hij later spijt van krijgt?

Hoe het verder gaat

Na ongeveer anderhalf jaar merkt Boban dat de activiteiten hem hebben geholpen hem af te leiden van zijn sombere gedachten. Het lukt hem steeds beter zichzelf te motiveren om elke dag iets te doen; van boodschappen tot sporten, tot het opzoeken van een vriend (dat had hij al een tijd niet meer gedaan). Daarnaast is het belangrijk voor hem om te praten over zijn vader. Vooral eigenlijk de positieve herinneringen, zegt hij later. Maar ook is het fijn dat er ruimte is voor zijn boosheid.

Boban heeft minder nachtmerries nu. Nog zo’n twee keer per maand. Hij weet beter wat hij kan doen als hij zich somber voelt of boos is en heeft er meer vertrouwen in gekregen dat hij een baan zal kunnen volhouden in de toekomst. Op dit moment ziet hij zijn behandelaar minder vaak; hij mag zelf aangeven hoe vaak hij nog een gesprek wil. Hij is ook aan het solliciteren.

De beschreven situaties zijn aan de werkelijkheid ontleend, de namen en persoonlijke omstandigheden zijn veranderd.